Afgelopen vrijdag hadden we een borrel van onze nieuwe benedenburen (Clever°Franke). Ik raakte in gesprek met Gijs over ons werk. Hij vertelde mij in reactie op mijn activiteiten over een wetenschappelijk congres Semiotiek en Semantiek waar hij al weer een tijdje geleden terecht was gekomen als bijna-afgestudeerd student. Hij stond met enige verbazing te kijken hoe het er aan toe ging op dit event. Zijn verhaal is een mooie illustratie voor deze blog waarin ik mij afvraag of leiderschap gelet op de nieuwe samenwerkingsvormen die ontstaan als gevolg van het Nieuwe Werken, echt afstevent op een faillissement.
Gijs: “Op zo’n congres ontstaan altijd groepjes en in zo’n groepje zie je dat degene met de grootste staat van dienst en erelijst als een soort van goeroe wordt behandeld. Dat was ook het geval in een groepje waar ik onderdeel van uitmaakte. Daar was een wat oudere man impliciet maar overduidelijk de leider. Zelfs als we moesten bepalen waar we moesten gaan eten werd er door iedereen naar hem gekeken.” Even later vervolgde Gijs: “het was duidelijk dat iedereen met hem in contact wilde zijn. Op een gegeven moment kreeg hij een soort bokaal als erkenning voor de staat van dienst in de wetenschap. Iedereen had zijn naam er op geschreven en ik als groentje dus ook. Toen hij mijn naam zag op die bokaal en mij niet kende kwam hij naar me toe met de vraag wie ik was. We raakten heel even in gesprek en kort daarna knoopten meer mensen gesprekken met mij aan. Ik kon mij niet onttrekken aan de gedachte dat dit het gevolg was van zijn belangstelling in mij, net daarvoor. Blijkbaar werd ik hierdoor aantrekkelijker voor anderen”.
Dit voorbeeld is krachtig in zijn eenvoud en hopelijk voor iedereen herkenbaar, zo werkt het namelijk vaak. Soms tegen wil en dank van de persoon in kwestie zie je dat mensen rond iemand samenklonteren. Deze persoon is ‘als vanzelfsprekend’ de leider en anderen de volgers waarbij de ene volger iets dichterbij mag zijn dan de ander. De groepsdruk doet de rest en het wordt een vanzelfsprekend tafereel met functionele en disfunctionele kanten.
De avond voor de dag van de borrel had ik mij toevallig verdiept in een paar artikelen die ik wilde gebruiken bij deze blog. Mijn oog viel vooral op een groepsdynamica reader met daarin een oud artikel van Fritz Redl (Group Emotion and Leadership uit 1942!!!). Sprak Redl niet over ‘Role Suction’? Een verschijnsel waarbij je ingezogen kunt raken en in een interactie (binnen een groep) als vanzelf vanuit een bepaalde rol beweegt? Binnen ons bedrijf DFG krijgt dit onderwerp veel aandacht, niet alleen rondom ons eigen professioneel handelen maar ook in de begeleiding van cliënten geven wij vaak aan dat het van belang is om je manoeuvreerruimte op orde te houden door niet te veel ingezogen te raken. Maar wat is dat nou 'ingezogen' raken? En hoe zit dat nou rondom het thema leiderschap? Bij het lezen van de artikelen begon het mij weer een beetje te dagen.
Freud was begin vorige eeuw ervan overtuigd dat groepen zich vormen rondom leiders. Redl sprak daarentegen (al in 1942, Het Nieuwe Werken bestond toen toch nog niet?) genuanceerder over ‘centrale personen’ en noemde 10 soorten groepsformaties. De centrale persoon is volgens Redl het kristallisatiepunt, het gedrag van deze persoon wordt (onbewust/bedekt) aangegrepen door een groep om de status quo te handhaven. De leider is één van de 10 rollen die hij noemt. Hij noemt onder anderen: de Tiran, de Held en de Soevereine Patriarch…
Bart Kuypers, mijn opleider tijdens mijn studie 'Interventies in groepen en organisaties (begin jaren 90)' heeft het artikel uit de vergetelheid gehaald. In zijn dissertatie in de jaren ’80 over groepsontwikkeling borduurde hij voort op het gedachtegoed van Redl en combineerde hij het met ideeën van andere denkers/onderzoekers (onder andere Ezriel en Bates (voor de liefhebbers)). Kuypers (Group Developmental Patterns) geeft (vrij vertaald door mij) aan dat een centrale rol uitgelokt (sucked out) wordt door anderen en ook wordt toegestaan door die anderen.
Het is dus het gevolg van een interactie tussen persoonseigenschappen van de potentiële centrale persoon en (de behoeften van betrokkenen) in zijn omgeving. De persoon die de centrale rol vertolkt wordt dus als het ware ingezogen maar loopt ook de nodige risico’s want de wind kan plotseling uit een andere hoek komen waaien. Een bekend verschijnsel is dat van de ontkroonde leider die alle persoonlijke glans verliest zodra hij van zijn voetstuk is ‘gevallen’. Denk ook aan de ondernemer die aan zijn eigen succes ten onder gaat zodra het bedrijf groeit.
Bovengenoemd voorbeeld over ‘de goeroe’ op het congres is een mooie illustratie van het gemak en de snelheid waarop mensen ingezogen kunnen raken in een bepaald sociaal verband. De regels van het spel sluipen er in voordat je het weet. Belangrijk hierbij is wel dat het in het voorbeeld van het congres het best functioneel was! Dat het zo gaat hoeft niet verkeerd te zijn! Het bespaarde bijvoorbeeld enig (moeizaam?) overleg… Of de keuze van het restaurant in bovengenoemd voorbeeld uiteindelijk goed was, weet ik niet. De vraag wie er het meest aan het woord was tijdens het diner heb ik ook niet gesteld...
In mijn vorige blog betoogde ik dat leiderschap een mythe is, dat het een menselijke ‘uitvinding’ is en niet feitelijk en tastbaar bestaat. We kunnen echter niet ontkennen dat leiderschap diep verankerd is in ons denken en handelen. Onze macht en invloed leveren we maar wat graag in voor 'de illusie' dat we in veilige handen zijn, dat er voor ons gezorgd wordt en dat alles goed komt. Maar alhoewel er behoorlijk wat barstjes in het concept zitten moeten we niet vergeten dat leiderschap in veel gevallen een bruikbare oplossing is en zich ook in verschillende prettige gedaantes voor kan doen.
Het zou wat zijn als we bij alles met elkaar zouden moeten onderhandelen… Soms is het best prettig om iemand te volgen. Binnen DFG noemen we een gezonde functionele samenwerkingsrelatie: pluis. Zolang het samenspel leider-volger maar geen pathologische trekken gaat vertonen en een eigen leven gaat leiden, los van de functionaliteit en de oorspronkelijke bedoeling, is er geen vuiltje ( ik bedoel pluisje) aan de lucht. De samenwerking tussen leider en volger kan dus zeker ‘pluis’ zijn, al liggen er de nodige valkuilen op de loer en vereist het nogal wat van beide partijen. Het is op zich niet vreemd dat veel leiders uitglijden, ga er maar eens aan staan. Mijn conclusie is dus dat leiderschap niet toe is aan een faillissement en ook een algehele uitverkoop gelet op HNW zou wat mij betreft dus nog even op zich mogen laten wachten... Pluis of niet pluis: that’s the question!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten