Hoe zou het zijn als er slechts gezinspsychologen in het parlement zouden zitten? Hoe zou de discussie over Mauro dan verlopen? Alhoewel ik denk dat Nederland er niet per sé beter van zou worden als het land door psychologen zou worden bestuurd, denk ik dat het besluit om Mauro een permanente verblijfsvergunning te geven, snel zou worden genomen. Vanuit psychologisch perspectief is er namelijk niets aan de hand met Mauro. Hij functioneert, zo lijkt het althans op basis van de informatie die mij via de media toekomt, prima. Ook binnen het pleeggezin is hij op z'n plek en krijg ik de indruk dat hij zeer gehecht is aan zijn (niet biologische) moeder en vader. Kortom: vanuit psychologisch perspectief hebben we het hier over een succesverhaal. Mauro tegen zijn wil een enkele reis Angola aanbieden omdat hij zichzelf daar wellicht wel weer zou kunnen redden, zou een bizarre gedachte zijn. Het zou voor hem en zijn omgeving te veel schade aanrichten. Het is begrijpelijk dat hierover veel ophef is ontstaan binnen de samenleving.
Helaas voor Mauro wordt ons land niet bestuurd door psychologen maar door mensen die ook vanuit ander perspectieven naar zijn situatie kijken. Vanwege het feit dat hij als negenjarig kind door zijn biologische ouders op het vliegtuig is gezet, heeft hij in Nederland geen permanente verblijfsstatus. De argumenten die worden aangedragen om hem terug te sturen naar Angola zijn vooral van juridische aard met een politiek sausje. De situatie van Mauro is getoetst aan de wet en het resultaat is negatief. Zijn positie is niet schrijnend genoeg om af te wijken van de norm. Indien minister Leers toch zou besluiten om hem in Nederland te laten blijven dan is er een precedentwerking met alle gevolgen(?) van dien. Er wordt momenteel met man en macht gezocht naar een oplossing die binnen de juridische en politieke context haalbaar is zodat de druk (tijdelijk) van de ketel is.
Al met al is een lastig dilemma ontstaan die in de tweede kamer tot een splitsing heeft geleid waarin twee groepen elk één van de twee tegenpolen vertegenwoordigt. Een dilemma is een cognitief construct (simpel gezegd een opvatting of gedachte) dat bestaat uit twee keuzemogelijkheden voor de betrokkene die elkaar in zijn ogen volkomen uitsluiten. De energie die het kost om enerzijds te moeten kiezen, anderzijds niet te kunnen kiezen, zorgt voor een grote psychische druk, wat zeer vermoeiend is voor degene die het dilemma gecreëerd heeft.
Wanneer een dilemma de samenwerking tussen twee partijen kleurt, wat het geval is in het geval rondom het vraagstuk van Mauro, is er nauwelijks transparante communicatie rondom het probleem meer mogelijk; het gevolg is polarisatie en strijd maar deze uiting is in hogere zin niets anders dan een vorm van vermijding. Het is makkelijker om de ander te diskwalificeren en vast te houden aan eigen gelijk dan te onderkennen dat er sprake is van een patstelling waar moeilijk uit te geraken is zonder met elkaar samen te werken.
Partijen proberen vaak uit een dilemma te komen door zichzelf (en anderen) te dwingen om toch een keuze te maken. Zij dragen dan diverse redenen aan waarom één van de alternatieven het beste is. Het pijnlijke hieraan is dat geen enkele oplossing die één van de opties binnen het dilemma ondersteunt, uiteindelijk geaccepteerd zal worden; dit ondermijnt namelijk het bestaansrecht van de andere optie. De uitweg ligt dan ook niet in een geforceerde keuze, maar in het veranderen van het construct (simpel gezegd het denkkader) van de betrokkene(n). Indien één van de partijen de ander zijn wil kan opdringen dan lijkt het dilemma opgelost te worden. Het nadeel is echter dat het vermogen om in de toekomst tot vruchtbare samenwerking te komen verder ondermijnd wordt. Daarnaast is er weinig kans op draagvlak. Gelet op de commotie in de samenleving en bij de CDA achterban rondom het probleem ‘Mauro’ is het machtswoord dus risicovol.
Mijns inziens is juist van belang wat alle partijen zo veel mogelijk proberen te vermijden: vertragen. De eerste stap hiertoe is een grondig (en dus traag) onderzoek van het dilemma en de voor- en nadelen van beide opties, waarbij het machteloze gevoel enigszins teruggedrongen wordt door de actieve inzet van de betrokkene(n); dit is echter niet gemakkelijk. In het geval van Mauro (en soortgelijke gevallen) is het van belang om te onderkennen dat twee paradigma’s onverenigbaar lijken en de uiteinden zijn van een dilemma. Het betekent in zekere zin onderkennen dat een afspraak, een wet, beleid dat in het verleden tot stand is gekomen, opnieuw moet worden getoetst aan de realiteit, het maatschappelijke draagvlak en het politieke landschap. Terug naar de tekentafel dus! Mocht het lukken om er uit te komen dan is er ook op andere fronten veel gewonnen omdat het bijdraagt tot een meer duurzame samenwerking binnen onze volksvertegenwoordiging. Het wederzijds vertrouwen kan dan juist toenemen. De hamvraag luidt dus wat mij betreft: is men in de politieke arena bereid om te vertragen en te leren of is men ‘hardLeers’?
Wanneer een dilemma de samenwerking tussen twee partijen kleurt, wat het geval is in het geval rondom het vraagstuk van Mauro, is er nauwelijks transparante communicatie rondom het probleem meer mogelijk; het gevolg is polarisatie en strijd maar deze uiting is in hogere zin niets anders dan een vorm van vermijding. Het is makkelijker om de ander te diskwalificeren en vast te houden aan eigen gelijk dan te onderkennen dat er sprake is van een patstelling waar moeilijk uit te geraken is zonder met elkaar samen te werken.
Partijen proberen vaak uit een dilemma te komen door zichzelf (en anderen) te dwingen om toch een keuze te maken. Zij dragen dan diverse redenen aan waarom één van de alternatieven het beste is. Het pijnlijke hieraan is dat geen enkele oplossing die één van de opties binnen het dilemma ondersteunt, uiteindelijk geaccepteerd zal worden; dit ondermijnt namelijk het bestaansrecht van de andere optie. De uitweg ligt dan ook niet in een geforceerde keuze, maar in het veranderen van het construct (simpel gezegd het denkkader) van de betrokkene(n). Indien één van de partijen de ander zijn wil kan opdringen dan lijkt het dilemma opgelost te worden. Het nadeel is echter dat het vermogen om in de toekomst tot vruchtbare samenwerking te komen verder ondermijnd wordt. Daarnaast is er weinig kans op draagvlak. Gelet op de commotie in de samenleving en bij de CDA achterban rondom het probleem ‘Mauro’ is het machtswoord dus risicovol.

